BEN SALDEN

Boom, roos, vis, vuur, mus, Pim. Zo begon het ooit. Terwijl ik nog helemaal idolaat was van Transformers, speelgoedtractors en Mask, schreef ik in groep drie van de basisschool mijn eerste woordjes. In een hanenpotenhandschrift dat ik nooit meer afgeleerd heb. Destijds wist ik blijkbaar al dat de computer gemeengoed zou worden en dat een handschrift tot een tweederangs manier van tekstverwerken zou vervallen. Of mijn motoriek was simpelweg niet tot iets mooiers in staat. Wat de reden ook was: tot op de dag van vandaag ben ik opgelucht dat ik het vak schoonschrijven in groep zes kon laten vallen.

Mooi of niet: vuur, mus en Pim zouden zeker niet mijn laatste geschreven woorden zijn. Ik kreeg de smaak al snel te pakken. Ik haalde zelfs de prestigieuze schoolkrant Boing met een vlammend verslag van een fictieve paashazenrace. Mijn eerste publicatie was een feit en in alle jaren die volgden, bleef ik bij tijd en wijle verhaaltjes produceren. Ik vond het wel leuk om teksten te bouwen. En hoewel iedere zin van mijn paashazenverhaal steevast begon met ‘En toen’, probeerde ik in de loop der tijd ook andere zinsconstructies uit.
 
Nu, een jaar of twintig later, schrijf ik er nog altijd op los. Niet meer over paashazen, maar over alle mogelijke onderwerpen. Over internetoplossingen, mobiele telefoons, digitale camera’s, zwangerschapsyoga en tal van andere zaken die in groep drie niet bestonden of waar ik destijds nog niet alles vanaf wist. En er is nog wel meer veranderd. Limburg is verruild voor Eindhoven, de blauwe speelgoedtractor is een witte BMW geworden en in plaats van Mask en Transformers kijk ik nu naar CSI en Top Gear. Maar twee dingen zijn altijd hetzelfde gebleven. Het plezier in schrijven …
 
… en mijn hanenpotenhandschrift.
 
Ben Salden