|| ||

De bouwvak of het bouwvak?

Roestvrij Taal 29 juli 2015

De bouwvak of het bouwvak?

Voor bouwvak kun je zowel het lidwoord ‘de’ als ‘het’ plaatsen. Dat heeft te maken met de dubbele betekenis van het woord.

Met het bouwvak bedoelen we de bouwsector. De bouwvak is een afkorting van de bouwvakvakantie binnen het bouwvak.

Deuren dicht!
Hoewel er officieel geen verplichte bouwvak meer is, kan elke werkgever in overleg afspreken dat het bedrijf een aantal weken de deuren sluit. Het noorden en midden van Nederland hebben al bouwvak, het zuiden volgt maandag 3 augustus.

De vakantie in de bouwsector heet voluit de bouwvakvakantie. In de afkorting bouwvak staat vak voor het vak binnen de bouwwereld. Vak is hier dus geen afkorting van het woord vakantie. Bouwvakantie mag trouwens ook.

« terug naar het overzicht