|| ||

Vrolijk of vrolijke Pasen?

Roestvrij Taal 01 april 2015

Vrolijk of vrolijke Pasen?

Al weken smullen we voorbarig van chocolade-eitjes met praline-, sinaasappel- en advocaatvulling. Decoratiekuikentjes sieren onze toetsenborden en paastakken onze keukentafel. Goed nieuws: de paashaas staat inmiddels ook te trappelen. Nog heel even en we zitten weer aan brunch, lunch en paasbrood. Na fanatiek eieren zoeken natuurlijk.

Pakt u flink uit tijdens de viering van de vermeende wederopstanding van Jezus Christus? Of viert u Pasen bescheiden?  Wat u ook doet, u wenst altijd uw omgeving een vrolijk Pasen. Of zegt u vrolijke Pasen? Wij zochten uit hoe u dit op uw paasbest doet.

Na even duiken in de feestelijke groeten blijkt het allebei correct. U mag zeggen ‘Ik wens je een vrolijk Pasen’ maar er is ook niets mis met een welgemeend:  ‘Ik wens je een vrolijke Pasen.’ U zult wel denken: waar hebben we dan toch in godsnaam die taalregels voor? Als bij taaldilemma’s steeds allebei de opties goed zijn?

Misschien vrolijkt het u op als we u vertellen dat de Nederlander een duidelijke voorkeur heeft voor ‘vrolijk Pasen’. Iemand op de vingers tikken die ‘vrolijke’ zegt, is echter niet terecht. Want Pasen is een de-woord. En in principe verbuigen we een bijvoeglijk naamwoord voor een de-woord, denk maar aan: een gelukkige jeugd, een mooie verjaardag, een witte kerst. Houden we die regel aan, dan zeggen we dus ook een vrolijke Pasen - met een buigings-e. Maar daar hebben we die levende taal van ons weer we roepen al heel lang ‘vrolijk Pasen’ tegen elkaar, met een vaste woordcombinatie. En bij dit soort vaste verbindingen blijft het bijvoeglijk naamwoord wel vaker onverbogen.

comments powered by Disqus
« terug naar het overzicht