|| ||

Gekke henkie

Roestvrij Taal 13 maart 2015

Gekke henkie

Het is weer Boekenweek! En dit jaar is ‘Te gek voor woorden’ het motto van dit ‘literaire hoogtepunt van het jaar’. Waanzin is het thema. Een te gekke insteek natuurlijk, voor ons Wetenswoordigheidje. En tijdens het schrijven, stelden we vast dat de Nederlandse taal achterlijk veel woorden heeft voor ‘gek’. 

We begonnen een lijst, met: ‘getikt’, ‘krankjorum’, ‘mesjokke’, ‘niet goed snik’, ‘maf’, ‘lijp’, ‘halfgaar’, ‘zot’, ‘waanzinnig’. Maar het bleek idioterie om ze allemaal op te noemen. Dus deze insteek lieten we los. Wij zijn immers gekke henkie niet!

Nee, we zijn nu niet ineens brutaal tegen u, dit was een bruggetje. ‘Gekke henkie’ is namelijk een uitdrukking waar we op stuitten tijdens onze zoektocht naar waanzinnige synoniemen voor ‘gek’. En heel even dachten wij ook: henkie? Het is toch Henkie, met een grote H.? Net als Jan met de korte Achternaam? Aangezien wij een pietje-precies zijn, doken we daar even in.

We schrijven ‘gekke henkie’ met kleine letters. Net als ‘malle pietje’ en ‘nieuwsgierig aagje’. Henkie, Pietje en Aagje, mogen zij inmiddels rusten in vrede, zijn in deze context namelijk geen eigennamen (meer). Het zijn inmiddels algemene uitdrukkingen, die worden ingezet als soortaanduiding. Ze kunnen dan ook gecombineerd worden met een lidwoord; je bent ‘een’ gekke henkie en ‘een’ brave hendrik. Deze woorden/woordgroepen worden − in ons huidige taalgebruik − eponiemen genoemd (zie ook Onze Taal 15-12-2014). 

Hebben we het in een uitdrukking echter over historische (of Bijbelse) figuren, dan gebruiken we wel een hoofdletter. Zo schrijf je dus:  ‘Ik moest praten als Brugman’, wanneer u omschrijft hoe u onder een parkeerboete uitkwam. En als uw zus of tante 50 wordt, ziet ze Sara met grote letters. Je ordinaire buurmeisje en haar vriendje op de scooter daarentegen, die noem je gewoon: ‘sjonnie en anita’.

« terug naar het overzicht