|| ||

Snerwtensoep in de winter

Roestvrij Taal 10 december 2014

Snerwtensoep in de winter

De snert mag weer op tafel. Als dat al niet eerder mocht. Want daar doen we in Nederland niet flauw over.

Gelet op ons gebruik van het woord, vinden we snert eigenlijk niet zo veel soeps. Je snapt meteen dat ‘snertweer’ nat en koud is, ook zonder te weten dat snert een winters gerecht betreft. Hoe komt het dat een soep die bijna niemand kan weerstaan zo’n onappetijtelijke koosnaam heeft?

Laat de Friezen bovenstaande maar niet horen. Want zij zijn de uitvinders. Niet zozeer van het recept voor de dikke soep ­ − spliterwten, spek, knolselderij, wortel, laurier, ui tot gort gekookt, mét worst − maar van het woord snert of snirt:

“snert* [erwtensoep] {1768} fries snert, oostfries snirt; etymologie onzeker, vermoedelijk verwant met snars.”

Het woord bestaat al ruim 250 jaar. Maar zelfs volgens Van Dale is de herkomst onduidelijk, vermoedelijk komt snert van ‘snars’. Wat dát betekent, is moeilijk te achterhalen. Betekent snert eigenlijk wel hetzelfde als erwtensoep? Volgens kookblogs die zich verdiepen in oude kookboeken is snert een dunne variant, met minder ingrediënten. Snert zou dan snert-erwtensoep zijn.

Wat de herkomst ook is, we genieten elk jaar weer van snert. Bij de koek-en-zopie bijvoorbeeld, of in het horecapaviljoen tijdens Uden on ice. Mocht je nu denken dat ‘zopie’ staat voor soep. Nee hoor. Dit is een alcoholisch brouwsel van bockbier, rum, eieren, kaneel en kruidnagel. Lekker. Maar wel verwarrend zo, die winter.

« terug naar het overzicht